adopteer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adop·teer

Werkwoord

vervoeging van
adopteren

adopteer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adopteren
    Ik adopteer.
  2. gebiedende wijs van adopteren
    Adopteer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van adopteren
    Adopteer je?