admiraal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·mi·raal
enkelvoud meervoud
naamwoord admiraal admiraals, admiralen
verkleinwoord admiraaltje admiraaltjes

Zelfstandig naamwoord

admiraal m

  1. opperbevelhebber van een oorlogsvloot
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen