administrateur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ad·mi·nis·tra·teur
enkelvoud meervoud
naamwoord administrateur administrateurs
verkleinwoord administrateurtje administrateurtjes

Zelfstandig naamwoord

administrateur m

  1. iemand die administratie bijhoudt
    Hij is al jaren administrateur van dat bedrijf.
  2. iemand die namens de eigenaar een onderneming o.i.d. beheert
    Peter is sinds kort administrateur van Microsoft Nederland.
  3. een ambtenaar op departementen van algemeen bestuur
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen