ader

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ader
enkelvoud meervoud
naamwoord ader aderen, aders
verkleinwoord adertje adertjes

Zelfstandig naamwoord

ader v/m

  1. (anatomie) een vat waardoor zuurstofarm bloed vanuit de weefsels naar het hart beweegt
  2. (mijnbouw) een langgerekt lichaam erts te midden van het gesteente
  3. bochtige, kronkelige streep in hout (nerf), marmer etc.
  4. (elektrotechniek) een met een isolerende stof omgeven geleider in een kabel
    om de terminals op de computer aan te sluiten was er in het gebouw 10-aderig kabel aangebracht en om het nu niet te makkelijk te maken waren ze allemaal van dezelfde kleur
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Nederlandse ader.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  ader     adernan  

Zelfstandig naamwoord

ader

  1. (anatomie) ader.
Synoniemen
Antoniemen