ademhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adem·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ademhalen
haalde adem
ademgehaald
zwak -d volledig

Werkwoord

ademhalen

  1. (inergatief) door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
    Zijn vader was erg zwaar aan het ademhalen en moest naar het ziekenhuis.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie