adem
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- adem
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adem | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
adem m
- de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven
- Zijn adem klonk niet goed.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| ademen |
adem
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
- Ik adem.
- gebiedende wijs van ademen
- Adem!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
- Adem je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.