adem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adem
enkelvoud meervoud
naamwoord adem -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

adem m

  1. de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven
    Zijn adem klonk niet goed.

Werkwoord

vervoeging van
ademen

adem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
    Ik adem.
  2. gebiedende wijs van ademen
    Adem!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
    Adem je?

Meer informatie