activeer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ac·ti·veer

Werkwoord

vervoeging van
activeren

activeer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van activeren
    Ik activeer.
  2. gebiedende wijs van activeren
    Activeer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van activeren
    Activeer je?