achtervolg
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ach·ter·volg
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| achtervolgen |
achtervolg
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achtervolgen
- Ik achtervolg.
- gebiedende wijs van achtervolgen
- Achtervolg!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achtervolgen
- Achtervolg je?