achterlopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·lo·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterlopen
liep achter
achtergelopen
klasse 7 volledig

Werkwoord

achterlopen

  1. (inergatief) een vroegere tijd aangeven dan de juiste
    Die klok heeft al enige tijd achtergelopen.
Vertalingen