achterkleinzoon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·klein·zoon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord achterkleinzoon achterkleinzonen
achterkleinzoons
verkleinwoord achterkleinzoontje achterkleinzoontjes

Zelfstandig naamwoord

achterkleinzoon m

  1. (familie) de zoon van iemands kleinkind
    Ik heb geen contact met mijn achterkleinzoon.
Antoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen