achterhoede

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·hoe·de
enkelvoud meervoud
naamwoord achterhoede achterhoeden, achterhoedes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

achterhoede v

  1. de posities op het speelveld het dichtste bij het eigen doel
    Als kleine jongen speelde ik altijd in de achterhoede.
Vertalingen