achterhaalt
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ach·ter·haalt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| achterhalen |
achterhaalt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achterhalen
- Jij achterhaalt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van achterhalen
- Hij achterhaalt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van achterhalen
- Achterhaalt!