accessoires

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·ces·soi·res

Zelfstandig naamwoord

accessoires mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord accessoire


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

accessoires

  1. vrouw./mnl. meervoud van accessoire

Zelfstandig naamwoord

accessoires mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord accessoire