abuse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
  • Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
  • (Zelfstandig naamwoord) IPA: /əˈbjuːs/
  • (Werkwoord) IPA: /əˈbjuːz/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse voltooid deelwoord abusus, dat van het werkwoord abuti komt.
Naar frequentie 2461 (naamwoord)


enkelvoud meervoud
abuse abuses

Zelfstandig naamwoord

abuse

  1. misbruik
  2. mishandeling
  3. gescheld, verguizing
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: domestic abuse
gezinsgeweld
  • [3]: verbal abuse
belediging, insult
Naar frequentie 4570 (werkwoord)


vervoeging
onbepaalde wijs to abuse
he/she/it abuses
verleden tijd abused
voltooid
deelwoord
abused
onvoltooid
deelwoord
abusing
gebiedende wijs abuse

Werkwoord

abuse

  1. (overgankelijk) misbruiken
  2. (overgankelijk) mishandelen
  3. (overgankelijk) beledigen, beschimpen, honen, uitschelden, verguizen
    «The referee was abused by players from both teams.»
    De scheidsrechter werd uitgescholden door spelers van beide teams.
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Frase

abuse oneself

  1. (wederkerend), (eufemisme) (vulgair) masturberen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen