absorbeert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ab·sor·beert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| absorberen |
absorbeert
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
- Jij absorbeert.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
- Hij absorbeert.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van absorberen
- Absorbeert!