absorbeert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·sor·beert

Werkwoord

vervoeging van
absorberen

absorbeert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
    Jij absorbeert.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
    Hij absorbeert.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van absorberen
    Absorbeert!