absorbeer
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ab·sor·beer
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| absorberen |
absorbeer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
- Ik absorbeer.
- gebiedende wijs van absorberen
- Absorbeer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van absorberen
- Absorbeer je?