absolvo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   absolvo     absolvoj  
accusatief   absolvon     absolvojn  

Zelfstandig naamwoord

absolvo

  1. vrijspraak, kwijtschelding, absolutie


Latijn

Werkwoord

vervoeging van
ăbsŏlvĕre

ăbsŏlvō

  1. actief indicatief praesens, eerste persoon enkelvoud van ăbsŏlvĕre