abseil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ab·seil

Werkwoord

vervoeging van
abseilen

abseil

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van abseilen
    ... dat ik abseil.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen