abrikoos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Abrikozen.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abri·koos
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Franse abricots (abrikozen) dat geïnterpreteerd is als een enkelvoudige vorm.
enkelvoud meervoud
naamwoord abrikoos abrikozen
verkleinwoord abrikoosje abrikoosjes

Zelfstandig naamwoord

abrikoos

  1. v/m; (fruit) een vrucht van de abrikozenboom
  2. m; (plantkunde) een boom van de soort Prunus armeniaca
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie