abracadabra

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • abra·ca·da·bra

Tussenwerpsel

abracadabra

  1. een toverspreuk
    Abracadabra, sim sala bim...
enkelvoud meervoud
naamwoord abracadabra -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

abracadabra o

  1. wartaal, onduidelijke taal
Synoniemen
  1. Hij sprak de hele tijd abracadabra.

Meer informatie