aborteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- abor·te·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aborteren |
aborteerde |
geaborteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aborteren
- (overgankelijk) een foetus weghalen
- Zij liet zich na dat nieuws meteen aborteren.