able

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·ble

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
able abler ablest

able

  1. gezond
  2. in staat zijn
  3. competent; handig; bedreven; bekwaam; kundig


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  able     l'able     ables     les ables  

Zelfstandig naamwoord

able m

  1. (dierkunde) alver
Synoniemen
Persoonlijke instellingen