abdisere

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·di·se·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord abdicare
  • Noors werkwoord met het voorvoegsel ab- en met het achtervoegsel -ere
Naar frequentie 71648
vervoeging
onbepaalde wijs abdisere
tegenwoordige tijd abdiserer
verleden tijd abdiserte
voltooid
deelwoord
abdisert
onvoltooid
deelwoord
abdiserende
lijdende vorm abdiseres
gebiedende wijs abdiser
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

abdisere

  1. (onovergankelijk) abdiceren, abdiqueren, afstand doen van de troon, aftreden
    «Dronning Margrethe av Danmark har ingen planer om å abdisere
    Koningin Margrethe van Denemarken heeft geen plannen om afstand te doen van de troon.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ab·di·se·re
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord abdicare
  • Nynorsk werkwoord met het voorvoegsel ab- en met het achtervoegsel -ere
vervoeging
onbepaalde wijs abdisere
abdisera
tegenwoordige tijd abdiserer
verleden tijd abdiserte
voltooid
deelwoord
abdisert
onvoltooid
deelwoord
abdiserande
lijdende vorm abdiserast
gebiedende wijs abdiser
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

abdisere

  1. (onovergankelijk) abdiceren, afstand doen van de troon, abdiqueren, aftreden
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen