abbestellt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈapbəʃtɛlt/
Woordafbreking
  • ab·be·stellt
stellend vergrotend overtreffend
abbestellt


alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

abbestellt

  1. afbesteld, afgezegd, opgezegd
    «Er fragte sich, wie genau man eine abbestellte Zeitung wohl erneut abonnieren solle.»
    Hij vroeg zich af hoe men zich precies opnieuw op een opgezegde krant abonneren moet.
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen

Werkwoord

abbestellt

  1. voltooi deelwoord van abbestellen
  2. (bijzin) derde persoon enkelvoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van abbestellen
  3. (bijzin) tweede persoon meervoud aantonende wijs tegenwoordige tijd van abbestellen