aarzelt
Uit WikiWoordenboek
aarzelt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarzelen
- Jij aarzelt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarzelen
- Hij aarzelt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van aarzelen
- Aarzelt!
Navigatiemenu
Persoonlijke instellingen