aartsbisschop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aartsbisschop (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈaːrʦbɪsχɔp/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈaːrʦbɪsxɔp/
- (Limburg): /ˈaːrzbɪsxɔp/
Woordafbreking
- aarts·bis·schop
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aartsbisschop | aartsbisschoppen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aartsbisschop m
- (religie) de voornaamste bisschop van een kerkprovincie
- De dienst wordt geleid door de aartsbisschop van Canterbury.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de voornaamste bisschop van een kerkprovincie.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.