aard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aard
enkelvoud meervoud
naamwoord aard aarden
verkleinwoord aardje aardjes

Zelfstandig naamwoord

aard m

  1. wezen, natuur, karakter
  2. (in samenstellingen) met betrekking tot de aarde
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: van die(n) aard
zo
  • [1]: uit de(n)aard der zaak
vanzelfsprekend
  • [1]: dat het een aard heeft
hard
  • [1]: een aardje naar je vaartje hebben
de eigenschappen van zijn vader bezitten
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aarden

aard

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarden
    Ik aard.
  2. gebiedende wijs van aarden
    Aard!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aarden
    Aard je?