aard
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aard
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aard | - |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aard m
- wezen, natuur, karakter
- (in samenstellingen) met betrekking tot de aarde
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: van die(n) aard
zo
- [1]: uit de(n)aard der zaak
vanzelfsprekend
- [1]: dat het een aard heeft
hard
- [1]: een aardje naar je vaartje hebben
de eigenschappen van zijn vader bezitten
Vertalingen
1. wezen, natuur, karakter
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aarden |
aard