aanwas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·was
enkelvoud meervoud
naamwoord aanwas aanwassen
verkleinwoord aanwasje aanwasjes

Zelfstandig naamwoord

aanwas m

  1. het groter worden door aanslibbing
  2. aangroei
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanwassen

aanwas

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanwassen
    ... dat ik aanwas.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen