aanvaring
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·va·ring
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van aanvaren met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanvaring | aanvaringen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aanvaring v
- (scheepvaart) botsing van een schip met een ander schip of object
- (figuurlijk) conflict