aanvaardt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vaardt

Werkwoord

vervoeging van
aanvaarden

aanvaardt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
    Jij aanvaardt.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
    Hij aanvaardt.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van aanvaarden
    Aanvaardt!