aanvaardt
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- aan·vaardt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aanvaarden |
aanvaardt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Jij aanvaardt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Hij aanvaardt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van aanvaarden
- Aanvaardt!