aanvaard
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- aan·vaard
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aanvaarden |
aanvaard
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Ik aanvaard.
- gebiedende wijs van aanvaarden
- Aanvaard!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
- Aanvaard je?
- voltooid deelwoord van aanvaarden