aanvaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vaard

Werkwoord

vervoeging van
aanvaarden

aanvaard

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
    Ik aanvaard.
  2. gebiedende wijs van aanvaarden
    Aanvaard!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvaarden
    Aanvaard je?
  4. voltooid deelwoord van aanvaarden