aantonen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·to·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aantonen |
toonde aan |
aangetoond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aantonen
- (overgankelijk) wijzen
- (overgankelijk) bewijzen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: aantonende wijs
werkwoordsvorm die een werkelijkheid uitdrukt
Vertalingen
1. wijzen