aansteker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ste·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aansteker | aanstekers |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aansteker m
- (gereedschap) apparaatje om vuur te maken
- brandstichter
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.