aansteken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aansteken /'anstekə(n)/ |
stak aan staken aan /stɑk ʔan/ /stakə(n) 'ʔan/ |
aangestoken /'anɣəstokə(n)/ |
| volledig | ||
Uitspraak
Lettergrepen
- aan.ste.ken
Werkwoord
aansteken
- doen ontbranden
- met iets scherps vastmaken
- beginnen uit iets te tappen
- besmetten met een begin van rotting
- (valkerij) het herstellen van een gebroken of beschadigde staart- of vleugelpen met behulp van een aansteeknaald
Vertalingen
1. doen ontbranden
4.

