aanstaand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • aan·staand
stellend
onverbogen aanstaand
verbogen aanstaande

Bijvoeglijk naamwoord

aanstáánd

  1. eerstvolgend, komend
    De volgende vergadering zal aanstaande maandag plaats vinden.
Vertalingen

Deelwoord

deelwoord
onverbogen aanstaand
verbogen aanstaande
vervoeging van
aanstaan

áánstaand onvoltooid deelwoord van aanstaan

  1. attributief gebruikt dat wat aanstaat
    De brand ontstond na kortsluiting in een aanstaande televisie.