aanspoorden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·spoor·den

Werkwoord

vervoeging van
aansporen

aanspoorden

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van aansporen
    ...dat wij aanspoorden.
    ...dat jullie aanspoorden.
    ...dat zij aanspoorden.