aansluiting

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·slui·ting
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord aansluiting aansluitingen
verkleinwoord aansluitinkje aansluitinkjes

aansluiting v

  1. verbinding
  2. overstapmogelijkheid
  3. het overgaan tot.
  4. in aansluiting bij/aan: aansluitend bij.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen