aanschieten

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·schie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanschieten
schoot aan
aangeschoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

aanschieten

  1. overgankelijk licht raken
  2. overgankelijk vlug aandoen
  3. overgankelijk toesnellen
Spreekwoorden
  • (volks) aangeschoten: licht dronken
  • iemand aanschieten: terloops naar iemand komen en hem aanspreken
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be