aanscherpen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·scher·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanscherpen
scherpte aan
aangescherpt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanscherpen

  1. scherper maken
    Een beitel aanscherpen.
  2. (figuurlijk) effectiever maken
    Door de prijzenoorlog werden de prijzen nog verder aangescherpt.
    De minister wil de regelgeving aanscherpen.
Vertalingen