aanscherpen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·scher·pen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanscherpen |
scherpte aan |
aangescherpt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aanscherpen
- scherper maken
- Een beitel aanscherpen.
- (figuurlijk) effectiever maken
- Door de prijzenoorlog werden de prijzen nog verder aangescherpt.
- De minister wil de regelgeving aanscherpen.