aanschaf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·schaf
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanschaf | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
aanschaf m
- het zich iets aanschaffen
- De aanschaf van huisdieren is een serieuze zaak.
Synoniemen
Verwante begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aanschaffen |
aanschaf
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanschaffen
- ... dat ik aanschaf.