aanporren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·por·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanporren |
porde aan |
aangepord |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanporren
- (overgankelijk) aansporen
- (overgankelijk) iemand een veelbetekenende por geven