aanplanting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·plan·ting
enkelvoud meervoud
naamwoord aanplanting aanplantingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

aanplanting v

  1. het aanplanten
  2. jong plantsoen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen