aanmoedig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·moe·dig

Werkwoord

vervoeging van
aanmoedigen

aanmoedig

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanmoedigen
    ... dat ik aanmoedig.