aanmengen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·men·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanmengen |
mengde aan |
aangemengd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanmengen
- iets droogs met iets vloeibaars mengen
- Hij mengde het geheel onder goed roeren met melk aan.