aanleunen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·leu·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van leunen met het voorvoegsel aan-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanleunen
leunde aan
aangeleund
zwak -d volledig

Werkwoord

aanleunen

  1. tegen iets leunen
Spreekwoorden
  • zich iets laten aanleunen: zich iets laten welgevallen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen