aanklampen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aanklampen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·klam·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanklampen |
klampte aan |
aangeklampt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aanklampen
- enteren
- (overgankelijk) aanspreken, vaak op hinderlijke wijze
- Op weg naar de vergadering werd hij aangeklampt door een lastige collega, die zich maar al te gegriefd voelde toen hij zei dat hij echt geen tijd had.
- (inergatief) zich net aan bij de rest voegen
- De achterblijver kon nog net bij het peleton aanklampen.
Vertalingen
2. aanspreken