aanklampen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·klam·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanklampen
klampte aan
aangeklampt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanklampen

  1. enteren
  2. (overgankelijk) aanspreken, vaak op hinderlijke wijze
    Op weg naar de vergadering werd hij aangeklampt door een lastige collega, die zich maar al te gegriefd voelde toen hij zei dat hij echt geen tijd had.
  3. (inergatief) zich net aan bij de rest voegen
    De achterblijver kon nog net bij het peleton aanklampen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen