aankaarten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·kaar·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aankaarten |
kaartte aan |
aangekaart |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
aankaarten
- (overgankelijk) door een bepaalde kaart uit te spelen een medespeler een aanwijzing geven
- (overgankelijk) tot onderwerp van discussie maken
- Hij besloot dit lastige probleem op de vergadering aan te kaarten en zette zich schrap voor de stortvloed van kritiek die dat losmaakte.
Vertalingen
2. tot onderwerp van discussie maken
|