aankaarten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·kaar·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aankaarten
kaartte aan
aangekaart
zwak -t volledig

Werkwoord

aankaarten

  1. (overgankelijk) door een bepaalde kaart uit te spelen een medespeler een aanwijzing geven
  2. (overgankelijk) tot onderwerp van discussie maken
    Hij besloot dit lastige probleem op de vergadering aan te kaarten en zette zich schrap voor de stortvloed van kritiek die dat losmaakte.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen