aanhanger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·han·ger
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aanhanger | aanhangers |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
aanhanger m
- iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt
- Een aanhanger van het communisme, een aanhanger van het CDA.
- Het parlement werd bestormd door woedende aanhangers van de president.
- rijdend object dat achter de auto gehangen kan worden voor het vervoeren van goederen
Synoniemen
- [2] aanhangwagen
Vertalingen
1. iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt.