aanhalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·ha·len
Werkwoord
aanhalen
- middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen: 's Avonds kunnen we onze kat wel aanhalen en komt hij zelfs bij ons op de bank liggen.
- eigen of andermans woorden citeren.
- aanspannen, aantrekken: de teugels aanhalen, Vlaamse commerciële zender moet de buikriem fors aanhalen.
- (fig.) hechter maken: India wil de banden met Iran aanhalen
Vertalingen
2. citeren