aangrenzend
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aangrenzend (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·gren·zend
Woordherkomst en -opbouw
- Voltooid deelwoord van aangrenzen.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | aangrenzend |
| verbogen | aangrenzende |
Bijvoeglijk naamwoord
aangrenzend
- rechtstreeks grenzend aan iets anders
- Het huis bestaat uit lange gangen met aangrenzende vertrekken.
Synoniemen
Vertalingen
1. rechtstreeks grenzend aan iets anders
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| aangrenzen |
aangrenzend
- onvoltooid deelwoord van aangrenzen